Officier van justitie Ingeborg Koopmans over haar strijd tegen milieucriminaliteit in Nederland: “We zullen het samen moeten doen”
Milieucriminaliteit aanpakken en criminele vervuilers niet weg laten komen met schadelijke activiteiten: dat is waar Ingeborg Koopmans zich dagelijks voor inzet. Als officier van justitie bij het Functioneel Parket (Openbaar Ministerie) beslist ze onder meer welke milieuzaken voor de rechter verschijnen. Van kleine overtredingen die mens, dier en natuur schaden, tot gevaarlijke nalatigheid bij grote fabrieken en bewuste, grootschalige vervuiling. Op Slachtofferwijzer vertelt Ingeborg hoe zij samen met bijzondere opsporingsdiensten en lokale partners te werk gaat.
De interesse in milieu zat er bij Ingeborg al vroeg in: in 1996 rondde ze een promotieonderzoek naar milieustrafrecht af. Daarna gaf ze bijna tien jaar les in milieustrafrecht op een universiteit, en was ze vier jaar actief als rechter. Toen het Openbaar Ministerie in 2005 het Functioneel Parket oprichtte met als focus milieucriminaliteit (en fraude), stapte ze over. Sinds dat jaar werkt Ingeborg hier als officier van justitie.
Met haar grote betrokkenheid bij de samenleving zit ze bij het Functioneel Parket helemaal op haar plek. “Als rechter besliste ik alleen over zaken die mij werden voorgelegd – nu bepaal ík over welke zaken de rechter beslist. In mijn eigen jaren als rechter zag ik vooral kleine overtredingen voorbijkomen, zoals een enkel geval van dierenmishandeling. Minstens zo belangrijk, maar vanuit mijn huidige rol kan ik daarnaast veel grotere milieudelicten aanpakken en dus meer impact maken.”

“Als rechter besliste ik alleen over zaken die mij werden voorgelegd – nu bepaal ík over welke zaken de rechter beslist.”
Het Functioneel Parket
Sinds de oprichting van het Functioneel Parket ziet Ingeborg een flinke verbetering in de samenwerking tussen organisaties. “Vroeger droegen opsporingsdiensten hun milieudossiers over aan de plaatselijke kantoren van het Openbaar Ministerie,” legt ze uit. “Op die kantoren werkten officieren van justitie die vooral bezig waren met veelvoorkomende misdaden, zoals diefstal en geweld. Omdat er nog weinig kennis en duidelijkheid was over ingewikkelde milieuwetten, bleven milieudossiers helaas vaak lang op de plank liggen.”
“Met de komst van het Functioneel Parket hebben opsporingsdiensten nu één gespecialiseerd aanspreekpunt binnen het Openbaar Ministerie (OM). Hier werken in totaal zo’n 450 medewerkers, waaronder ruim 100 officieren, die zich dagelijks bezighouden met dit soort complexe zaken. Het OM heeft nu dus wél de speciale expertise in huis om ingewikkelde milieuzaken goed te beoordelen. Daardoor gaan de tijd, de moeite en het budget van de opsporingsdiensten niet meer verloren.”


Gitta strijdt al jaren voor een veilige en gezonde leefomgeving voor haar gezin
Lees het verhaal van GittaSamenwerken tegen milieuschade
Milieuzaken komen op drie verschillende manieren binnen bij het Functioneel Parket. Ingeborg: “Ten eerste via grote onderzoeken van de bijzondere opsporingsdiensten in Nederland: de ILT-IOD, NVWA-IOD, FIOD en Arbeidsinspectie. Ten tweede via lokale partners zoals gemeenten, omgevingsdiensten en boswachters. Ten derde stappen burgers en milieuorganisaties steeds vaker zelf naar de politie om een melding of aangifte te doen.”
“Het OM gaat in principe niet zelf de straat op om te zoeken naar strafbare feiten,” legt ze uit. “Wel geeft het OM opdrachten aan teams als het ergens verdacht rustig blijft: zien we niet iets over het hoofd? Net als wanneer we juist iets tegenkomen wat opvalt of wat duidelijk niet klopt, zoals vijftien pizzeria’s in één straat. Dan zetten we er een onderzoeksteam op, of een van onze eigen experts.”
Het Functioneel Parket werkt voor het opsporen en handhaven samen met partners in het hele land. Waaronder de 29 omgevingsdiensten, de waterschappen en de milieuteams van de politie. Ook de Arbeidsinspectie en andere toezichthouders op Seveso-bedrijven spelen een grote rol, net als Staatsbosbeheer, de groene BOA’s en Rijkswaterstaat. De partners delen onderling veel kennis en doen soms ook een gezamenlijke inval bij verdachte bedrijven of personen.
“Door streng te zijn op milieuregels komen bedrijven soms met heel creatieve en minder vervuilende oplossingen.”
Handhaven of vervolgen?
Elke milieuzaak vraagt om een andere aanpak. Als een fout makkelijk hersteld of gehandhaafd kan worden, wordt er eerst voor het bestuursrecht gekozen. Dan komt een overheidsorganisatie zoals de gemeente, omgevingsdienst of provincie in actie. De verdachte krijgt dan bijvoorbeeld een waarschuwing of dwangsom, of verliest mogelijk zijn vergunning.
Over het algemeen ziet Ingeborg dat streng handhaven vaak al effect heeft op bedrijven. “Door streng te zijn op milieuregels en te eisen dat bedrijven anders handelen, komen ze soms met heel creatieve oplossingen. Bijvoorbeeld met een andere aanpak die niet alleen minder vervuilend is, maar het bedrijf ook nog sneller laat werken. Daarnaast schrikt een strenge handhaving af en helpt het nieuwe milieudelicten voorkomen.”
In sommige gevallen is er toch meer nodig; dan komt het strafrecht (en dus het OM) om de hoek kijken. Als officier van justitie kan Ingeborg, op basis van het dossier van de milieuzaak, besluiten om de verdachte te ‘dagvaarden’. Dit betekent dat het bedrijf of de persoon in kwestie voor de strafrechter moet verschijnen. Ze legt de beschuldiging vast in de zogenoemde dagvaarding; deze stap heet ook wel ‘tenlastelegging’.
Tijdens de zitting in de rechtbank legt Ingeborg aan de rechter uit welke strafbare feiten er zijn gepleegd, inclusief bewijs. Vervolgens stelt ze een straf voor (strafeis). Denk aan een boete van €100.000, een sluiting van een fabriek en/of een gevangenisstraf. De laatste zet is aan de strafrechter: die bepaalt of de strafeis passend is en welke straf er wordt opgelegd.
“Milieuzaken zijn juridisch erg ingewikkeld. Rechters krijgen ze veel minder vaak voor hun kiezen dan moord- of drugszaken.”
Grote rechtszaken vragen veel geduld
Soms kiest Ingeborg bewust voor de vervolging van simpele overtredingen. Ook als er nog helemaal geen schade is.
“Denk aan het stilhouden van een ‘ongewoon voorval’ door een bedrijf. Als een bedrijf dat niet meteen meldt, kan de overheid haar werk niet goed doen,” legt ze uit. “De overheid moet omwonenden bijvoorbeeld meteen kunnen informeren en beschermen. Zoals met het advies om ramen en deuren te sluiten – en in het ergste geval kan zelfs evacuatie nodig zijn.”
“Bij zulke zaken kost een dossier weinig tijd, maar het levert wel direct een boete op. Zo laten we zien dat er scherp wordt opgelet. Zelfs als het alleen om een risico op schade gaat.”
Toch wordt het strafrecht vooral ingezet bij grote schade, of als een bedrijf of persoon zich nergens iets van aantrekt. Dit zijn milieuzaken die veel meer tijd en geduld vragen.


Nienke ontdekte hoe een vervuilende fabriek haar omgeving vervuilde en deed aangifte
Lees het verhaal van Nienke“Grote strafzaken duren vaak één tot meerdere jaren”, vertelt Ingeborg, “met name omdat milieuzaken juridisch nog altijd erg ingewikkeld zijn. Rechters krijgen in verhouding namelijk nog steeds veel minder vaak milieuzaken voor hun kiezen dan moord- of drugszaken. Daarnaast staat het OM meestal tegenover verdachten, zoals grote bedrijven, die veel geld hebben en dure advocaten kunnen betalen. Zij halen echt alles uit de kast om een zaak te winnen, dus we moeten extreem zorgvuldig te werk gaan.”
Een goed voorbeeld van zo’n langdurende zaak is die over de uitstoot van Chemours. Omwonenden van de Dordrechtse fabriek bleken verhoogde PFAS-waarden in hun bloed te hebben en deden samen met een actiegroep aangifte. In 2023 oordeelde de rechter in een civiele zaak al dat Chemours aansprakelijk is voor geleden schade uit het verleden. Er loopt nu nog steeds strafrechtelijk onderzoek, waarbij wordt gekeken naar de schade door uitstoot in de jaren daarna.
“Dure advocaten van verdachten halen alles uit de kast om een zaak te winnen. We moeten extreem zorgvuldig te werk gaan.”
Impact maken stopt voor Ingeborg niet bij handhaving of een straf. De belangrijkste taak van het Functioneel Parket is, zoals ze dat noemt, ‘signaleren en agenderen’.
“We brengen in kaart wat er misgaat in de praktijk en schrijven dat op,” legt ze uit. “Ik neem zulke rapporten mee naar burgemeesters om te zorgen dat zij zelf sneller bestuurlijk in actie komen. En landelijke collega’s gaan ermee naar ministeries om problemen in de wetgeving aan te kaarten. Zo proberen we de milieuwetten steeds steviger neer te zetten en onze aanpak van milieucriminaliteit telkens weer te verbeteren.”
Ontploffende fabrieken en het belang van veiligheid
Veel milieuzaken gaan over grote fabrieken waar de veiligheid niet voldoende serieus wordt genomen. Zo brak in 2011 brand uit bij het bedrijf Chemiepack doordat er onveilige risico’s waren genomen. Dit leidde tot water- en bodemvervuiling.
Ingeborg: “Drie jaar later, bij Shell Moerdijk, vloog zelfs een groot deel van een fabriek compleet de lucht in. De werknemers die op dat moment aanwezig waren, overleefden dat alleen omdat ze toevallig drie minuten eerder pauze namen. Shell bleek onacceptabele risico’s te hebben genomen, en we hebben ervoor gezorgd dat het bedrijf door de rechter is veroordeeld.”
“De werknemers overleefden de ontploffing alleen omdat ze toevallig drie minuten eerder pauze namen.”
Gelukkig is het bewijs van zo’n impactvolle onvoorzichtigheid of nalatigheid zo goed als altijd terug te vinden in de computersystemen. Zelfs in geval van brand, want de digitale data blijft bewaard. Ingeborg: “Bedrijven zijn verplicht om alle gegevens van alles wat er gebeurt digitaal bij te houden. Bij de ontploffing van Shell bijvoorbeeld konden we exact zien op welk moment stoffen gingen reageren en waar het misging.”
Kansen en uitdagingen
Digitale analyses kunnen voor zowel het OM als voor de bedrijven zelf veel inzichten geven. Iedereen leert hierdoor begrijpen waar het mis kan gaan, en waar in het vervolg extra op moet worden gelet. Daarnaast maakt het bedrijven duidelijk dat ze milieuregels serieus moeten nemen, ook voor de veiligheid van hun werknemers en omwonenden.
Volgens Ingeborg zijn milieuzaken het moeilijkst te bestrijden als het gaat om nalatige multinationals. Dit zijn grote, winstgevende bedrijven die te makkelijk omgaan met veiligheid en/of milieuregels, om maar veel winst te maken. Wat het lastig maakt, is dat voor dit soort milieudelicten vaak specialistische kennis nodig is om de fouten te snappen.
Ze geeft een voorbeeld: “Om ongevallen zoals lekkages te voorkomen, moeten bedrijven vaak dure preventiemaatregelen nemen. Of een bedrijf dit wel of niet doet, is van de buitenkant niet te zien. Sommige bedrijven bezuinigen hier dan ook flink op, zonder dat het iemand opvalt om er melding van te kunnen maken. Tot het een keer wél misgaat, met alle gevolgen van dien.”
“Bedrijven bezuinigen vaak ongemerkt op veiligheid. Tot het een keer wél misgaat, met alle gevolgen van dien.”
Milieucriminaliteit is hartstikke merkbaar
Ingeborg hoort weleens over de term ‘haalcriminaliteit’; wat betekent dat het meestal pas aan het licht komt als je er actief naar zoekt. Zelf kijkt ze daar iets anders tegenaan: “Naar mijn idee kan milieucriminaliteit voor een expert juist wel snel opvallen. Als je maar weet waar je naar kijkt en waar je op moet letten. Onze mensen zijn erop getraind om verdachte zaken op te merken, net als de mensen met wie we samenwerken.”
Ze vervolgt: “Als er in de praktijk iets mis lijkt, maar administratief alles in orde is, valt dat op. Ik zeg altijd: goede fraude klopt voor de volle 100% op papier. Als expert op dit gebied kijk je moeiteloos door de zogenaamd prachtige cijfers en documenten heen. En zo ziet een milieurechercheur van een opsporingsdienst aan een ingedeukte silo dat er een (mogelijk stilgehouden) ongeval is gebeurd.”
“Milieucriminaliteit kan burgers ook opvallen: sommige hebben er elke dag last van. Denk aan stank of schadelijke uitstoot van fabrieken in de buurt, of verboden bestrijdingsmiddelen die vlak langs woonhuizen worden gespoten. Soms betekent het dat mensen maanden niet in hun tuin kunnen zitten, of zelfs hun ramen dicht moeten houden. Uit meldingen van burgers en artikelen in lokale krantjes blijkt duidelijk dat vervuiling door milieucriminaliteit hartstikke merkbaar en aanwezig is.”
“Slachtoffers van milieudelicten vallen in de wet helaas nog te vaak buiten de boot.”
Gezien en gehoord worden als slachtoffer
Slachtoffers van milieudelicten vallen in de wet helaas nog te vaak buiten de boot, vindt ook Ingeborg. “Vooral bij grote milieuzaken is de positie van slachtoffers juridisch ingewikkeld, want wanneer ben je als omwonende precies een slachtoffer? Ook is er discussie over stichtingen die opkomen voor een leefbare buurt. De rechter ziet hen namelijk niet altijd als officiële vertegenwoordiger van de slachtoffers.”
“Bij milieuzaken waar honderden omwonenden betrokken zijn, spelen er sowieso meerdere uitdagingen. Je zou al die mensen bijvoorbeeld het liefst persoonlijk op de hoogte houden van het verloop van een rechtszaak. Dat is met zo’n grote groep lastig te organiseren, al zoekt het Openbaar Ministerie wel naar betere manieren daarvoor. Al met al hoop ik dat slachtoffers van milieudelicten in toekomstige zaken nog beter gezien en gehoord zullen worden.”
Verontwaardiging en hoop voor de toekomst
De verontwaardiging die slachtoffers kunnen ervaren over milieucriminaliteit, snapt Ingeborg helemaal. Juist omdat ze dat gevoel herkent, is ze ontzettend gemotiveerd om er als officier van justitie tegen te blijven strijden.
Ingeborg: “Ik zie in mijn werk zoveel bedrijven die steeds maar rijker willen worden ten koste van alles. Je zou soms haast denken dat de hele wereld één grote criminele bende is die alleen op geld uit is. Dat is gelukkig niet zo, maar ik doe er niet voor niets allemaal dingen naast die me goede hoop geven.”
“Je zou soms haast denken dat de hele wereld één grote criminele bende is die alleen op geld uit is. Maar gelukkig is dat niet zo.”
Om geestelijk een beetje in balans te blijven, zet Ingeborg zich ook op andere manieren in voor de samenleving. Zo is ze onder andere gemeenteraadslid bij haar gemeente, en toezichthouder in de zorg en bij woningcorporaties. “Daar zie ik dat er ook hele betrokken mensen zijn die zich inzetten voor een betere, fijnere wereld,” zegt ze. “Met de energie die dit me geeft, houd ik mijn werk als officier goed vol, ook wanneer het confronterend is.”
In de aanpak van milieucriminaliteit zou Ingeborg vooral één ding graag anders zien. “Er gaan nu vanuit de overheid honderden miljoenen euro’s naar de strijd tegen drugs. Ik zou zeggen: geef ons de helft, en moet je dan eens zien wat we allemaal voor elkaar kunnen boksen! Daarmee zouden we gigantische resultaten kunnen boeken en nog veel meer schade op de lange termijn kunnen voorkomen.”
Samen verantwoordelijk voor een leefbare wereld
Ingeborg hoopt dat we als samenleving ook eerlijker durven gaan kijken naar onze eigen luxe levensstijl. “Milieuschade raakt ons allemaal, en toch doen we vaak net alsof het niet bestaat,” legt ze uit. “We blijven de industrie van fossiele brandstoffen met z’n allen nog altijd flink stimuleren. Maar we kunnen niet én goedkope spullen blijven kopen, én gedachteloos het vliegtuig blijven pakken, én een veilige leefomgeving eisen.”
“Als burgers hebben we net zo goed een verantwoordelijkheid te dragen in het beschermen van onze planeet. Als we echt een schone en leefbare wereld willen, zullen we onze kop minder in het zand moeten steken. En zo snel mogelijk andere prioriteiten moeten gaan stellen, hoe moeilijk dat misschien ook is.”
“Milieuschade raakt ons allemaal, en toch doen we vaak net alsof het niet bestaat.”
“Ik ben zelf ook niet heilig,” geeft ze toe. “Ik eet soms nog vlees en rijd nog niet in een elektrische auto. Toch is het denk ik belangrijk om hier voor onszelf steeds bewustere keuzes in te gaan maken. Ondanks dat de wereld nu nog zo sterk is ingericht op het gebruik van fossiele brandstoffen – of eigenlijk juist daarom.”
Tegelijkertijd denkt Ingeborg dat milieuschade herstellen en voorkomen op basis van alleen persoonlijke motivatie te langzaam gaat. “Volgens mij hebben we het ook nodig dat de overheid ons hierin stuurt, bijvoorbeeld door vliegverkeer en houtstook te beperken. En we moeten ons ook laten sturen; mensen hebben al snel het gevoel dat er iets van ze wordt afgepakt. Maar we zullen het toch samen moeten doen, met én voor de volgende generaties.”
“Ik hoor nog zoveel jongeren zeggen dat ze later ‘rijk’ willen worden, en ze willen allemaal het nieuwste van het nieuwste. Maar op je sterfbed heb je toch geen fluit aan al die luxe, daar draait het leven toch niet om? Met een dak boven je hoofd, genoeg te eten en fijne mensen om je heen, ben je al heel rijk. Dus laten we wat meer waarderen wat we hebben, en laten we daar vooral ook heel zuinig op zijn.”
“Laten we wat meer waarderen wat we hebben, en laten we daar vooral ook heel zuinig op zijn.”
Milieucriminaliteit melden
Elke melding kan de missende schakel zijn om milieucriminaliteit te kunnen opsporen en aanpakken. Als burger mag je een (vermoedelijk) milieudelict dan ook altijd melden, ook als je twijfelt of iets strafbaar is. Dit kan ook anoniem. Op de website van het Openbaar Ministerie lees je meer over het Functioneel Parket en waar je milieucriminaliteit kunt melden.
Op Slachtofferwijzer lees je meer over wat je kunt doen bij milieucriminaliteit en waar je een (vermoeden van een) milieudelict kunt melden.
Vertel ons wat je vindt van deze website